Home Boeken
Boeken
Zingen van binnenuit

vrijdag zingen van binnenuitHein Vrijdag - Zingen van binnenuit; een wegwijzer voor dirigenten, voorzangers en koren

Uit liturgische gezangen halen wat erin zit en dat tot bloei brengen. Ontdekken wat elk element te zeggen heeft: waarom gaat hier de melodie omhoog? Wat zou de componist bedoelen met deze pp aanduiding? Waarom op dit woord een dissonant en op het volgende een stralend consonant akkoord? Zingen van binnenuit wil van elk element in een muziekstuk laten zien wat het te zeggen heeft: de tekst, de melodie, het tempo, het ritme, de harmonie, de dynamiek, de beelden in de tekst, de beelden in de muziek. Elk element wil ontdekt worden. En eenmaal ontdekt kan het van binnenuit en met passie gezongen worden.
Zingen van binnenuit is een buitengewoon boeiend proces. Koorleden ontdekken betekenissen in de tekst, realiseren zich de zeggingskracht van de melodie, proeven de harmonie en het samenspel met het orgel als dat een eigen partij heeft, ervaren de werking van tempo en ritme. Een van de belangrijkste en mooiste taken van de dirigent is, het koor door een gezang heen te leiden. Zingen van binnenuit wordt zo een ontdekkingstocht waarin de koorleden zelfs bij het eenvoudigste lied de betekenis en werking van de verschillende muzikale elementen gaan ontdekken en ervaren.

Uitgeverij Abdij van Berne, 320 blz., € 24,95

 
Wonen in klanken

maurice pirenneJan Jaap Zwitser en Anton Vernooij - Wonen in klanken. Een muzikale biografie van Maurice Pirenne 1928-2008

Op zijn grafsteen staat gebeiteld: PRIESTER-MUSICUS. Bewust in die volgorde. Dat is ook de volgorde die in het boek gehanteerd wordt, waar Jan Jaap Zwitser het leven van Pirenne beschrijft en Anton Vernooij de beschrijving van de muziek voor zijn rekening neemt.

In een rijk geïllustreerde uitgave van ca. 400 pagina’s volgen we het leven en werk van de jonge Maurice die met zijn ouders naar ’t Heike in Tilburg gaat, zijn weg naar de seminaries van Beekvliet en Haaren, zijn studie aan het conservatorium in Tilburg en aan het Istituto Pontificio di musica sacra in Rome, zijn benoemingen tot kapelaan, rector cantus en organist in de kathedraal. En ook de daarmee gepaard gaande twijfels: “Wil ik dit wel? Kan ik dit wel? Als ze mij maar niet vragen…”

Naast een duik in het leven in die tijd op een seminarie, krijgen we ook een beeld van het muzikale terrein dat ineens open ligt na Vaticanum II, het Tweede Vaticaanse Concilie. Kerkmuziek in de landstaal. Maurice was als de dood dat er allerlei rijmelarijtjes zouden ontstaan op onnozele melodieën. Hij, Floris van der Putt en een beperkt aantal anderen sprongen in het ontstane gat en schreven het ene werk na het andere. Psalmen, missen, motetten en meer zagen het levenslicht. Uiteraard op goede teksten en goede Bijbelse vertalingen.  

Met psalm 23 (Mijn Herder is de Heer) voor de uitvaart van mgr. Bekkers en psalm 93 (Koning is onze God) schreef hij wellicht zijn bekendste werken, maar er is zo ontzettend veel meer. De afgelopen 10 jaar heeft de Stichting Maurice Pirenne veel van die werken uitgegeven om zo de nalatenschap van Maurice niet te laten verstoffen in een archief, maar juist om die tot leven en klinken te brengen.

De biografie is voor sommigen een hernieuwde kennismaking en voor anderen een nieuwe ervaring.

Uitgave: Stichting Maurice Pirenne, ca. 400 blz., € 22,50. Verkrijgbaar via www.stichtingmauricepirenne.nl

 
Zingen en zeggen

zingen en zeggenJan Smelik - Zingen zeggen. Artikelen & columns op het gebied van liturgie en kerkmuziek

Het votum in de kerkdienst, gebruik en ongebruik van liturgische formulieren, de inzameling der gaven, gebruik van de beamer en soortgelijke liturgische onderwerpen. Daarnaast bevat het boekje artikelen over kerkmuziek, zoals over psalm 130, Luther en de muziek, Bach, de 'Suites Kerstfeest' van Jan Zwart.

Uitgave in eigen beheer, 192 blz., € 19,50, te bestellen via www.smelik.net

 
De cantor in de praktijk

De cantor in de praktijk. Cantoraat rond Liedboek, bidden en zingen in huis en kerk.

Het nieuwe Liedboek, verschenen in 2013, is een grote stimulans voor het cantoraat. De bundel vraagt ook om een vernieuwde invulling van het cantorschap. Bij Kerkzang.nl – centrum voor de kerkzang verscheen daarom een speciale uitgave voor het cantoraat rond het nieuwe Liedboek: De cantor in de praktijk. Deze uitgave ontstond vanuit de praktijk van de Basiscursus Cantor. De beide docenten aan deze cursus, Catrien Posthumus Meyjes en Anje de Heer, tekenen voor de inhoud.

De cantor in de praktijk biedt op een overzichtelijke wijze praktische handreikingen en informatie. Centraal staat de overtuiging dat een cantor de gemeente wil inspireren en enthousiasmeren. Niet alleen door de uitoefening van dat wat bij de functie hoort, maar vooral ook door de manier waarop. Vanuit die invalshoek komen in de dertien hoofdstukken tal van onderwerpen aan de orde: voorzingen en vooroefenen, de rol van voorzanger, stemgebruik dat is afgestemd op de context, praktische aspecten (zoals: waar sta je? microfoon? inspelen op de ruimte, teamwork), mogelijkheden uitgaande van het Liedboek, de verschillende vormen, genres en stijlen, de mogelijkheden van psalmzingen, afstemming op de eigen context. Ook is er aandacht voor muzikale afwerking en verdieping, en wordt uitgebreid ingegaan op de cantor als liturgisch-muzikaal regisseur. Verder is er een begrippenlijst opgenomen evenals een index op de genoemde liednummers.

De bundel is in de eerste plaats bedoeld voor cantores en andere kerkmusici, maar ook voorgangers kunnen er zonder meer hun winst mee doen.

De uitgave (69 pag. in ringband, prijs € 17,50) kan worden besteld bij Kerkzang.nl, email: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Kerkzang.nl, Koningin Wilhelminalaan 3-5, 3818 HN Amersfoort, 033 2586484 (di, wo, do tijdens kantooruren).

 
Herman Strategier (1912-1988)

Nico Schrama en Lourens Stuifbergen - Musique pour faire plaisier. Leven en werk van Herman Strategier

Boek over organist en componist Herman Strategier (1912-1988). Het bevat een uitvoerige levens- en werkenbeschrijving en twee oeuvrelijsten, waarvan de eerste chronologisch is gerangschikt en veel nadere details over elk werk afzonderlijk vermeldt, en de tweede naar categorie is ingedeeld. Tevens is een aantal foto's opgenomen.

Uitg. Herman Strategier Stichting, 212 blz., prijs € 20 excl. verzendkosten. Te bestellen via www.hermanstrategier.nl

 
Het nieuwe Liedboek in woord en beeld

Dr. Jan Smelik - Het nieuwe Liedboek in woord en beeld

Uitg. Boekencentrum, 160 blz., € 17,50

Het nieuwe Liedboek – zingen en bidden in huis en kerk  bevat een bonte verscheidenheid aan liedgenres uit verleden en heden. In dit boek worden deze genres gepresenteerd en toegelicht. Dit gebeurt onder meer door de liederen in historisch perspectief te plaatsen, waarbij de auteur ook aandacht besteedt aan de religieuze en culturele context waarin ze zijn ontstaan. Dit boek richt zich op de gebruikers van het nieuwe liedboek die graag meer willen weten van het kerklied, zijn geschiedenis en achtergronden. Het boek is ruim geïllustreerd.

 
De kerkmuziek in Duitsland

Hans Jansen - De kerkmuziek in Duitsland in het begin van de 20ste eeuw

Uitg. Skandalon, 210 blz., € 24,95

De kerkmuzikale vernieuwing in Duitsland in de eerste helft van de 20ste eeuw heeft na de Tweede Wereldoorlog de ontwikkeling van de Nederlandse kerkmuziek belangrijke impulsen gegeven. De Lutherse kerkmusicus dr. Willem Mudde nam hierin het voortouw. Hij richtte de Lutherse Werkgroep voor Kerkmuziek op en startte het tijdschrift Musica Sacra. Willem Vogel componeerde naar Duits voorbeeld evangeliemotetten voor iedere zondag van het kerkelijk jaar en inspireerde op zijn beurt vele anderen. In de vanouds artistiek behoudende Calvinistische kerken begon een kerkmuzikale wind te waaien, het enthousiasme van de Duitse kerkmuziek sloeg over naar Nederland en de kerkmuziek kreeg een niet meer weg te denken plaats in de eredienst.

Hans Jansen beschrijft de Duitse kerkmuziekvernieuwing aan de hand van twintig componistenportretten. Ook musicologen, theologen en filosofen komen aan het woord. Nauwgezet bespreekt hij de Singbewegung, de liturgische beweging en de Luther-renaissance. Met vele instructieve notenvoorbeelden.

Hans Jansen(1950) is cantor van de Kloosterkerk in Den Haag, cantor-organist van de Evangelisch-Lutherse Kerk in Schiedam, dirigent van enkele kamerkoren en componist van vooral liturgische koorwerken. Hij publiceert in vaktijdschriften over de theoretische achtergronden van liturgie en kerkmuziek.

 
Canon van de rooms-katholieke kerkmuziek in Nederland

Anton Vernooij en Anthony Zielhorst (samenst.) - Canon van de rooms-katholieke kerkmuziek in Nederland

Uitg. Gooi en Sticht i.s.m. Gregoriusblad, 144 blz., € 14,50

Onze westerse cultuur is diepgaand beïnvloed door de muziek die vanuit het christendom is ontstaan. In deze Canon komen we de grote namen en ontwikkelingen van de westerse cultuurgeschiedenis tegen. De 23 vensters van deze geïllustreerde Canon bieden een inkijk in de ontwikkelingen van de kerkmuziek in katholiek Nederland aan de hand van personen, composities, zangbundels en stromingen. Ze zijn te beschouwen als iconen van de katholieke kerkmuziek.

Twintigste-eeuwse 'iconen' in deze canon: Hendrik Andriessen, Louis Toebosch, Bernard Huijbers, Gezangen voor liturgie, Antoine Oomen, 'Het jongerenkoor'.

 
Hymnologie (serie)

Arie Eikelboom - Hymnologie (serie)

Hymnologie is de wetenschap waar alle vormen van zang in de samenkomsten van christenen in verleden en heden worden bestudeerd. Niet alleen de muzikale en de tekstuele aspecten van wat gezongen werd en wordt komen aan de orde, maar ook de tijd wanneer en de ruimten waarin gezongen werd. Theologie en geschiedenis van kerk, kerkbouw, muziek en literatuur spelen allemaal mee.

In deel I komt de ontwikkeling van de strofische zang tot aan de reformatie aan de orde.

Deel II gaat over de ontwikkelingen van de strofische zang aan het begin van de reformatie, en bevat analyses van liederen van Martin Luther met oog voor zowel de theologische als muzikale aspekten. Luther kan beschouwd worden als de vader van de strofische zang in de protestantse kerken. De meeste van zijn liederen werden en worden nog steeds door velen gezongen en beleefd als een steun bij het uit- en inzingen van het geloof.

In Deel III worden liederen van volgelingen van Luther behandeld en in deel IV de kerkzang bij Calvijn (vooral de psalmberijming).

Deel V  gaat  over de hymnologische ontwikkelingen in de tweede helft van de zestiende eeuw in Duitsland.

Deel VI gaat over de ontwikkelingen van de hymnologie in de eerste helft van de zeventiende eeuw in Duitsland.

Deel VII gaat over de drie belangrijkste dichters van de zeventiende eeuw in Duitsland: Johann Franck, Paul Gerhardt en Johann Rist. De inhoud en toon van hun liederen sluiten aan bij die van de dichters die in deel VI beschreven werden. De cultureel-maatschappelijk situatie en de vroomheid en theologie, waarbij de aandacht voor het persoonlijk geloofsleven en het leven na de dood aanmerkelijk groter is dan in de eerste helft van de zestiende eeuw hebben hun sporen nagelaten in hun liedteksten. Er wordt ook ruim aandacht besteed aan de melodieën van Johann Crüger.

Deel VIII gaat over het begin van het piëtisme in Duitsland en liederen van enkele piëtistische dichters.

Deel IX gaat over gaat  over het lutherse piëtisme in Duitsland en over enkele gereformeerde piëtistische dichters. Naast liederen van o.a. SalomoFranck komen liederen van Neander en Tersteegen aan de orde. 

Deel X gaat over enkele niet-piëtitische dichters in de eerste helft van de achttiende eeuw in Duitsland en enkele rationalistische dichters uit de tweede helft van de achttiende eeuw in Duitsland, zoals Geller, Klopstock en Cramer. Eikelboom besteedt ook ruim aandacht aan de liederen van Matthias Claudius.

Deel XIa gaat over de ontwikkelingen van de hymnologie in Nederland in de periode tussen 1600 en 1800. Er komen veel pogingen om Datheens berijming te verbeteren of te vervangen aan de orde. Geen van de pogingen heeft succes, totdat uiteindeliijk de Staten Generaal in 1733 besluiten dat Datheen vervangen moet worden. De psalmberijmingen die bij de Lutheranen in Nederland in gebruik zijn geweest komen ook aan  de orde.

Deel XIb gaat over de invoering van de Statenberijming, de manier waarop tussen 1600 en 1800 in Nederland gezongen werd en hoe de pogingen om orgelbegeleiding ingevoerd te krijgen verliepen. Ten slotte komen enkele pogingen om naast berijmde psalmen ook andere liederen te gaan zingen (o.a van Camphuyzen, Brederoo en Valerius) aan de orde.

Deel XIc gaat over de pogingen die Cats, Revius, Luyken  en Van Lodensteyn deden om naast Psalmen ook andere liederen gezongen te krijgen.

Deel XId gaat over de pogingen die Wilhelm Sluiter, Wilhelmus Schortinghuis, Johannes Groenewegen, Joannes Eusebius Voet, Rutger Schutte en enkele minder bekende dichters deden om naast Psalmen ook andere liederen gezongen te krijgen.

Deel XII gaat over de eerste gezangenbundel in de calvinistische kerk in Nederland, Evangelische Gezangen in 1806. Er wordt ingegaan op totstandkoming van de bundel en de inhoud. De belangrijkste dichters die eraan hebben bijgedragen krijgen ruim aandacht. Ook komt de onrust die de invoering van de bundel veroorzaakte en het verzet ertegen aan de orde. Tot slot wordt aandacht besteed aan de begeleidingsbundels die de invoering moesten vereenvoudigen.

Deel XIII gaat over de ontwikkelingen in de kerkzang in de tweede helft van de negentiende eeuw, waarbij de Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen (1866) een  belangrijk onderwerp is. Als eerste komen de liederen van Hazeu aan de orde. Vervolgens krijgen enkele dichters, van wie veel liederen  in de Vervolgbundel voorkomen, aandacht. De rol van Johannes Bastiaans bij de totstandkoming van de bundel wordt ruim belicht en er wordt ingegaan op totstandkoming en de inhoud van de bundel. Ook is er  ruim aandacht voor bundels van kleinere kerkgenootschappen, zoals Lutheranen, Remonstranten en de Nederlandse Protestanten Bond. Het boek bevat veel afbeeldingen in kleur, telt 589 pagina’s en kost € 36,95 (excl. verzendkosten).

Deel XIV gaat over de ontwikkelingen in de eerste helft van de twintigste eeuw. In de Gereformeerde Kerken in Nederland komt in 1933 Eenige Gezangen uit, in de Gereformeerde kerken in Hersteld Verband Gezangen nevens Psalmen en in de Nederlandse Hervormde kerk verschijnt in 1938 Psalmen en Gezangen. Er is ook aandacht besteed aan het stichtelijke lied in huiselijke kring. Daarbij komen o.a. de bundels van Johannes de Heer, Vluchtheuvelzangen en Stemmen des Heils aan de orde. Voor de oudere lezers zal er veel herkenning zijn. Jongere lezers zullen zich verbazen over het gezeur over zoveel kleinigheden en futiliteiten. Het boek bevat veel afbeeldingen, telt 630 pagina’s en kost € 29,95 (excl. verzendkosten).

Deel XV gaat over de ontwikkelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw. In de Lutherse Kerk verscheen in 1955 een nieuw Gezangboek, in de Gereformeerde Kerken in Nederland komt in 1971 Honderdnegentien Gezangen uit en in de Nederlandse Hervormde kerk verschijnt in 1964 102 Gezangen. In 1967 kwam ook nog eens de nieuwe Psalmberijming uit. Alle ontwikkelingen bereiken het hoogtepunt in het uitkomen in 1973 van Liedboek voor de Kerken, dat ook nog eens in vijf kerken wordt ingevoerd. Het boek telt 694 pagina’s, bevat veel afbeeldingen waarvan negen in kleur en kost € 39,95 (excl. € 7,70 verzendkosten).

Deel XVI gaat over de ontwikkelingen in de tweede helft van de twintigste eeuw na het verschijnen van het Liedboek voor de Kerken 1973. Aan de orde komen de acht delen van Zingend Geloven, Tussentijds, de Belgische bundel Zingt Jubilate, de rooms-katholieke bundel Gezangen voor Liturgie, de liedbundel voor de Oud-Katholieke Kerk en het Liedboek voor de Evangelische Broederschap. Ook komen de invoering van een nieuwe psalmberijming en gezangen in de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt, de Nederlands Gereformeerde Kerk en de Christelijk Gereformeerde Kerken aan de orde. Ten slotte besteed ik aandacht aan de twee bundels Eva’s lied en Evangelische Liedbundel van de Vereniging Evangelisatie & Recreatie. Het boek telt 643 pagina’s en bevat veel afbeeldingen in kleur en kost € 39,95 (+ € 7,70 verzendkosten).

Verkrijgbaar via  www.arieeikelboom.nl

 
O song. Vic Nees, portret van een koorcomponist

Kamiel Cooremans e.a., O song. Vic Nees, portret van een koorcomponist

Uitgeverij Davidsfonds en Koor&Stem, 168 blz. + CD, € 29,95. Te bestellen via www.koorenstem.be

Op 8 maart 2011 vierde de belangrijke Vlaamse koorcomponist Vic Nees zijn 75ste verjaardag. Vic Nees is als koorcomponist, dirigent en jurylid van groot belang voor het koorleven in België. Zijn composities staan op het repertoire van vele koren in en buiten Europa. Nees componeerde ook kerkmuziek: motetten en liederen voor liturgisch gebruik, en grotere werken op religieuze teksten.

Ter ere van de 75ste verjaardag van Vic Nees stelde Koor&Stem, organisatie voor vocale muziek, een wetenschappelijk verantwoord en boeiend boek samen over de componist. Met teksten en bijdragen van Kamiel Cooremans, Jan Dewilde, Katelijne Theuwissen en Roger Leens. O song bevat bijdragen over zijn leven en werk als componist, zijn activiteiten als dirigent en musicoloog, zijn liefde voor het woord, zijn nationale én internationale uitstraling. De monografie werd aangevuld met een volledige catalogus van zijn werken. Daarbij gevoegd is een compilatie-cd met studio-opnamen uit het VRT-archief waarbij Vic Nees zijn eigen Omroepkoor dirigeert.

 
<< Start < Vorige 1 2 3 4 Volgende > Einde >>

Pagina 1 van 4

Nieuws

Oproep

Voert u (buiten de reguliere kerkdienst) Nederlandse kerkmuziek uit met uw koor/cantorij? Meld het ons, dan vermelden wij uw concert/evenement gratis in de kerkmuzikale agenda!

Donateurs gezocht

Spreekt deze website u aan? Vindt u het zinvol dat een website als deze bestaat en wordt onderhouden? Onderkent u de grote waarde van muziek in de kerk en van religieuze muziek in het algemeen? Wilt u dan eens overwegen om donateur van de Stichting Nieuwe Kerkmuziek te worden? Zie verder onder Donateurs.

“Muziek hoeft trouwens helemaal niet ‘eigentijds populair’ van stijl te zijn om onze tijdgenoten te kunnen raken. Smaken verschillen, dus zijn er verschillende muzikale golflengten waarop een ander iets van Gods aanwezigheid kan proeven. In evangelische kringen kiest men daarom  voor een idioom dat veel lijkt op de popmuziek van nu. Andere gemeenten hebben traditionele kerkmuziek en trekken daarmee ook veel buitenstaanders.”

Evert W. van de Poll, Samen in de naam van Jezus. Over evangelische liturgie en muziek (p. 163)

"De grote waarde van liederen in de liturgie is, dat je meer kunt zingen dan je zeggen kunt. Van groot belang is dat je die hoge, soms grote woorden gezamenlijk zingt. Je hoort jezelf niet terug, maar voelt je als het goed is geborgen bij degenen die met jou en om jou heen meezingen. Dat maakt ook dat liederen zo kunnen raken en ontroeren."

Paul Valk in Eredienstvaardig jrg. 17 nr. 6 (december 2001)

"Wij gaan de liturgie binnen zoals we de kerkruimte binnengaan; we maken haar niet zelf. De tegenwoordigheid van Christus gaat altijd aan onze tegenwoordigheid vooraf."

"De katholieke liturgie is organisch gegroeid onder de generaties gelovigen voor ons. In het vieren van deze traditionele liturgie kunnen de menselijke expressie en creativiteit tot hun recht komen. [...] Door in dit rijke erfgoed te participeren kan de gemeenschap ervaren dat zij deel heeft aan een werkelijkheid die het eigen begrip te boven gaat."

Bernd Wallet in Eredienstvaardig jrg. 17 nr. 3 (juni 2001)

Kinderkoordirigent Catrien Posthumus Meyjes over het zingen met kinderen:

"Het allermooiste is dat je kinderen voor de rest van hun leven iets waardevols meegeeft: plezier in het zingen. Maar zingen is méér: zingen is muzische vorming, is omgaan met mooie en goede teksten die een leven lang meegaan. Zingen is een elementaire uitlaatklep die je altijd bij je hebt. Daarnaast krijgen kinderen in de kerk een basaal gevoel voor rituelen in een liturgische context."

Els Dijkerman, "Begin een kinderkoor. Een interview met twee koordirigenten" in Eredienstvaardig jrg. 24 nr. 4 (september 2008)

"Als het orgelspel te wenschen over laat, dan ook de gemeentezang."

Jan Zwart (1877-1937) in De Amsterdammer van dinsdag 26 september 1933